Het Deense migratiebeleid: een voorbeeld van fascistisch bestuur

Het volgende artikel werd gepubliceerd op De Groene Amsterdammer.


Het strenge Deense migratiebeleid

Volg ons voorbeeld niet!’

Denemarken voert sinds 2018 een keihard migratiebeleid. Politici uit andere Europese landen, ook Nederland, kijken hier vol belangstelling naar. ‘Ze maken steeds nieuwe regels, om ons verder weg te duwen.’

Irene van der Linde beeld Nicole Segers

13 maart 2024 – verschenen in nr. 11

Een druilerige regen valt onafgebroken over Kopenhagen. Het maakt van Mjølnerparken, een wijk aan de rand van het hippe, multiculturele stadsdeel Nørrebro, ‘geliefd bij jongeren en kunstenaars’, een modderpoel. De inwoners zijn het ondertussen gewend. Hun wijk is al jaren een bouwplaats. Drie van de vier woonblokken, sociale huisvesting uit de jaren tachtig, staan in de steigers. Dagelijks zitten ze in het lawaai, bouwmachines rijden er af en aan. Nog geen jaar geleden woonden in Mjølnerparken zo’n zeventienhonderd mensen, veel van hen ‘niet-westerse’ immigranten. Alleen dat gegeven zorgde ervoor dat Mjølnerparken op de ‘ghettolisten’ van de overheid kwam te staan. En dat betekende het einde van het vertrouwde leven voor de inwoners.

Ze hebben het kapotgemaakt’, zegt Julia even later in een helverlicht kantoortje onder in het laatst bewoonde woonblok. Ze is begin veertig en heeft haar zwarte haar in een slordige staart naar achter gebonden. Julia (niet haar echte naam) woont al 24 jaar in Mjølnerparken. Haar twee zonen, nu 27 en 24 jaar, groeiden er op. ‘Het zijn goede kinderen, ze hebben een goede opleiding, goede banen en hebben nog nooit de wet overtreden’, zegt ze er voor de zekerheid bij, omdat daaraan door de Deense regering openlijk wordt getwijfeld als je samenwoont met veel mensen met een ‘niet-westerse’ migratieachtergrond.

In 2018 is met steun van een grote meerderheid in het Deense parlement de anti-gettowet aangenomen. Zo’n dertig wijken waar inwoners geen Deens zouden spreken, niet zouden deelnemen aan de samenleving noch aan de arbeidsmarkt, waar het percentage inwoners met een niet-westerse achtergrond boven de veertig uitkwam, waar ook inkomen, opleidingsniveau, criminaliteitscijfers of werkloosheid niet aan de criteria voldeden, belanden op de ‘gettolijst’. Voor 2030 moeten deze ‘getto’s’ zijn verdwenen. Dat kan door gewoon een deel van een wijk met bulldozers af te breken en er duurdere woningen voor in de plaats zetten, zoals in Aarhus en Odense is gebeurd. Of, zoals in Mjølnerparken, door de helft van de sociale huurwoningen te verkopen. Als gevolg van deze wet zijn, en worden nog steeds, duizenden mensen in Denemarken uit hun huizen gezet.

Van de ene op de andere dag hoorden we dat we werden herplaatst naar een ander deel van de stad’, zegt Julia. ‘En dat in onze woningen, na renovatie, andere mensen zouden gaan wonen.’ Van de vier woonblokken worden er twee verkocht, waardoor, zo is de gedachte, de wijk vanzelf ‘witter’ wordt.

We zitten aan een lange witte tafel in het tijdelijke kantoor van de bewonersraad van Mjølnerparken, waar ook Julia deel van uitmaakt. Ze was razend en wilde iets doen. ‘Alleen al voor mijn kinderen’, zegt ze. Ze sloten zich als raad aan bij Almen Modstand, vrij vertaald ‘Verenigd Verzet’, een beweging van bewoners die zich organiseren tegen het gettobeleid van de politiek. ‘Ze hadden vast niet verwacht dat “arme” mensen zoals wij in verzet zouden komen’, zegt ze lachend.

Denemarken heeft me gered’, vervolgt Julia, die in de jaren negentig op haar vijftiende haar land in oorlog ontvluchtte. ‘Denemarken gaf me rechten, vrijheid, veiligheid. En nu pakken ze me het weer af. Opeens hoor ik er niet meer bij. Omdat we een andere achternaam hebben, een andere religie, een andere achtergrond. Buitenlanders zijn plotseling tot tweederangsburgers gemaakt.’

Huurders worden niet alleen zomaar uit hun huizen gezet, zodra een wijk op de ghettolisten belandt, gelden er voor de inwoners ook andere regels: zo kunnen straffen worden verdubbeld, kan een heel gezin uit de woning worden gezet als een van de kinderen een misdaad begaat, zijn ouders verplicht hun kind vanaf het eerste jaar 25 uur naar de crèche te sturen, waar het een speciaal opvoedingsprogramma krijgt, en krijgen kleuterschoolleerlingen een speciale taaltest waar ze voor kunnen zakken.

Mjølnerparken was een fijne gemeenschap’, zegt Julia. ‘Niemand deed de deur op slot, iedereen lette op elkaar, altijd was er hulp als dat nodig was. Onze kinderen groeiden samen op. Veel mensen zijn voormalige vluchteling, dus de meesten van ons hebben hier geen familie. De buurt, dat was onze familie. We hebben herinneringen in deze huizen, we vierden er verjaardagen, geboortes, huwelijken. Ze hebben alles afgepakt.’

Ooit stond Denemarken bekend om de meest liberale immigratiewetten van Europa, nu is het omgekeerd: het Scandinavische land, met rond de 5,9 miljoen inwoners, heeft al jaren een van de meest restrictieve migratiewetten. Een aantal Europese landen kijkt met interesse naar dit ‘Deense model’. De ene na de andere, vooral (radicaal-)rechtse politiek leider bezoekt de Christiansborg in Kopenhagen. ‘Denemarken loopt vijftien jaar op ons voor’, zei de Zweedse premier afgelopen jaar. ‘Denemarken is zeer effectief in het terugsturen van mensen’, zei de Oostenrijkse minister van Binnenlandse Zaken na een bezoek. Ook Nederlandse politici aan de rechterflank lonken met toenemende interesse noordwaarts, zeker sinds de laatste verkiezingen.

De interesse vanuit Den Haag valt zo op dat Charlotte Slente, de secretaris-generaal van de Deense Vluchtelingenraad, een van de meest prominente hulporganisaties voor vluchtelingen ter wereld, begin dit jaar een opiniestuk naar de Volkskrant stuurde waarin ze benadrukte dat haar land géén goed voorbeeld is om na te volgen. ‘Ooit was ik trots op Denemarken als een humanitair rolmodel’, zegt Slente in haar kantoor in Kopenhagen. ‘Nu staan we bekend om ons keiharde beleid ten opzichte van de opvang van asielzoekers, mensen die bescherming nodig hebben. Het is in de eerste plaats onsolidair, want de vluchtelingen die wij niet opnemen, komen naar andere Europese landen. Denemarken moet net als andere landen zijn deel van het aantal vluchtelingen in de wereld opvangen.’

Hoe heeft het in Denemarken zover kunnen komen? Dat vraagt Michala Clante Bendixen, oprichter en directeur van Refugees Welcome, zich af. We zitten in café Emil in Valby, een van de meest diverse wijken van Kopenhagen. Zij groeide op in een land dat was gebaseerd op een humane, sociale en inclusieve houding. ‘Gelijkheid was een doel, sociale problemen en misdaad werden professioneel benaderd met rehabilitatieprogramma’s en educatie’, schreef ze in 2018 in een opiniestuk in The Guardian naar aanleiding van de toen net ingevoerde anti-gettowet.

Denemarken voert op dit moment een beleid van afschrikking’, zegt Bendixen. De van oorsprong grafisch ontwerper begon in 2007 als vrijwilliger te werken met vluchtelingen en richtte daarna een organisatie op waar ze gratis juridisch advies kunnen krijgen. ‘Ik zag dat vluchtelingen vaak hun eigen zaak niet begrepen, alleen al omdat de brieven in het Deens waren en ze beperkt toegang hadden tot advocaten.’

Bendixen heeft veel kritiek op het Deense beleid. ‘Het enige doel is om immigranten buiten de deur te houden’, zegt ze. ‘Dat begint ermee vluchtelingen te laten weten dat ze niet welkom zijn.’ Bijvoorbeeld door de invoering van de juwelenwet in 2015, die bepaalde dat waardevolle spullen van asielzoekers boven 1340 euro in beslag worden genomen om daarmee hun opvang te betalen. De wet is vooral symbolisch bedoeld om mensen af te schrikken, om een negatieve reputatie op te bouwen in de herkomstlanden. Zo onderzoekt Denemarken ook de mogelijkheid, tot nu toe zonder succes, van een Deens asielzoekerscentrum in Rwanda. ‘De paar mensen die dan toch komen, krijgen te maken met strenge asielwetten en beperking van gezinshereniging.’

Het paradoxale is dat het integratiebeleid van de afgelopen tien, twintig jaar volgens Bendixen juist zijn vruchten heeft afgeworpen. ‘Door de toegenomen ervaring van gemeenten en organisaties was dat steeds succesvoller. Dus hoewel vluchtelingen veel beter geïntegreerd zijn, is de vijandigheid jegens hen toegenomen.’

Het restrictieve migratiebeleid is niet nieuw, maar de grootste verandering kwam toen de sociaal-democraten in 2018 besloten tot een radicale koerswijziging, in Denemarken bekend als de paradigmeskift, de ‘paradigmawisseling’. Mette Frederiksen, de partijleider en huidige minister-president, kondigde begin dat jaar officieel aan dat ze een radicaal ander migratiebeleid voorstonden. ‘Helaas zijn er te veel die hiernaartoe komen en die niet integreren in onze samenleving’, zei ze in een video op Facebook. ‘Dat zet druk op onze welvaartsstaat, onze beperkte ongelijkheid in de samenleving en onze manier van leven.’

Hier ging een jarenlange tweestrijd binnen de partij aan vooraf, die was begonnen in de jaren tachtig. In 1983 voerde Denemarken een heel liberale vreemdelingenwet in waardoor immigranten al na twee jaar aanspraak konden maken op een permanente verblijfsvergunning. ‘Dat zorgde al snel voor fel politiek debat’, zegt Heidi Vad Jønsson, universitair hoofddocent geschiedenis aan de Universiteit van Zuid-Denemarken in Odense. Jønsson promoveerde op de geschiedenis van het thema migratie en de Deense Socialdemokraterne. ‘Binnen de sociaal-democratische partij vonden de meer idealistische politici dat Denemarken verplicht was om vluchtelingen op te nemen. Anderen, onder wie lokale politici uit grote steden die problemen in migrantenwijken zagen ontstaan, pleitten voor meer restrictie.’

De humanitaire stroming won en de partij zette in op sociale en economische gelijkheid voor immigranten. Maar in 1995 deed de radicaal-rechtse en populistische Deense Volkspartij haar intrede in de politiek. ‘Zij waren pro-verzorgingsstaat en extreem anti-immigratie’, zegt Jønsson. ‘Denemarken was daarmee het eerste land in Europa met een verzorgingsstaat-nationalistische partij van die omvang in het parlement. De Dansk Folkeparti was wat dat betreft een rechtse koploper. De Zweden Democraten kwamen later. De Ware Finnen ook.’

De sociaal-democraten verloren sindsdien elke verkiezing meer kiezers. Na 2015, het jaar dat veel met name Syrische vluchtelingen naar Europa kwamen, groeide de Deense Volkspartij uit tot bijna de grootste van Denemarken. De Socialdemokraterne daalden verder in de peilingen.

Totdat Mette Frederiksen in 2018 het linkse roer omgooide. Ze kwam met een radicaal nieuw programma met als uitgangspunt: vluchtelingen mogen slechts tijdelijk in Denemarken verblijven. ‘De koerswijziging was een strategie om kiezers terug te krijgen van de Deense Volkspartij’, zegt Jønsson. Frederiksen neemt op het gebied van migratie alle opvattingen van de populisten over. Om dit te verantwoorden grepen de sociaal-democraten terug op het partijverleden; opkomen voor de Deense arbeiders en de welvaartsstaat beschermen. ‘Zo konden ze zeggen: deze nieuwe lijn zit in ons partij-dna.’

Politiek gezien was de strategie succesvol. De sociaal-democratische partij won in 2019 de verkiezingen en zit sindsdien in de regering. De Deense Volkspartij heeft nauwelijks nog zetels. ‘Tussen 2001 en 2019 stond de immigratiekwestie elke keer op de verkiezingsagenda. Nu is het debat grotendeels verstomd en hebben we het over andere dingen’, zegt Jønsson. ‘Dat is wellicht het positieve. Het heeft er wel voor gezorgd dat de polarisatie is verdwenen. We kunnen nu gewoon over migratie praten.’

Nordvest is een multiculturele wijk waar de gentrificatie in volle gang is

Het hippe stadsdeel Nørrebro is een multiculturele smeltkroes

Voor de rest van het artikel zie de De Groene Amsterdammer.