Interview
Politiechef: ‘Politie kan boerenprotest niet stoppen’
Willem Woelders politiechef
De politie doet wat ze kan tegen de boerenprotesten, zegt politiechef Willem Woelders. „We kunnen niet alles voorkomen.”
Tevreden, dat is politiechef en hoofd operatiën van de Landelijke Eenheid Willem Woelders over het politieoptreden de afgelopen dagen. Zijn mensen hebben naar hun mogelijkheden het maximale gedaan. Dat er desondanks boeren bij het huis van een minister stonden, een Kamerlid niet naar zijn werk kon en een bevrijdingsactie bij een politiebureau dreigde, heeft volgens hem te maken met het karakter van de protesten. „Het is ongeorganiseerd georganiseerd verzet. Er wordt tussen boeren onderling informatie uitgewisseld, maar de grote boerenbonden zijn officieel niet betrokken. Dan gebeuren er onverwachte dingen.”
En dus zijn excessen niet in de kiem te smoren?
„Als het boerenprotest zo massaal is als de laatste dagen, dan kan dat niet. Wat we de laatste dagen hebben gezien, gaat een grens over, en raakt de rechtsstaat en de democratie. Ik wil ook eerlijk zijn: als zoveel boeren de straat op gaan, dan zullen er incidenten zijn.”
Betekent dit dat boeren de baas zijn?
„Nee, ze zijn niet de baas. We zitten er bovenop, maar we kunnen niet alles voorkomen. Dan moet je achteraf optreden, mensen identificeren en aanhouden. Dat doen we nu.”
Je zou zeggen: als je een goede informatiepositie hebt, dan kun je voorkomen dat het op bepaalde plekken uit de hand loopt.
„Het is bij crises zo geregeld dat wij landelijk coördineren, maar de regionale eenheden mensen en middelen vrijmaken. In de ene regio weet de politie meer dan in de andere, omdat het contact met boeren verschilt. Wat we de afgelopen dagen wel hebben gedaan is dat agenten, na toestemming van de officier van justitie, hebben meegelezen in gesloten fora of appgroepen.”
Is het mogelijk harder op te treden?
„Ik verbaas me om die oproep, die ik ook van politici hoor. Wij hebben geen knop in Driebergen om aan te draaien. Wij schetsen een handelingsperspectief, maar de regionale korpschef, hoofdofficier en burgemeester gaan over de uitvoering. En die bepalen soms: het is voor iedereen veiliger om te deëscaleren. Als het geweld toeneemt, is het alternatief het vuurwapen of andere geweldsmiddelen. Dat wil je echt als laatste redmiddel.
„En de oproep om het leger grootschalig in te zetten klinkt leuk, maar in de praktijk is dat kansloos. Beroepsmilitairen hebben geen bevoegdheid om ingezet te worden bij deze protesten, zijn hier niet op getraind. En Defensie heeft nauwelijks materieel, misschien dat ze ons twee of drie voertuigen zouden kunnen leveren.”
Dan is de conclusie: dit is wat de politie kan doen.
„Als je denkt dat de politie dit kan stoppen: dat is niet zo. Repressie lijkt mij het allerlaatste waar je het over moet hebben. Want wat doen we om deze protesten te voorkomen? Veel politiemensen hebben begrip voor de positie van de boeren, ik ook. Je zult maar jarenlang geïnvesteerd hebben en je voortbestaan staat op het spel. Daarom vind ik dat de provincies zo snel mogelijk met de boeren moeten gaan zitten over de concrete gevolgen en het niet over de zomer heen moeten tillen. Anders moeten wij als politie blijven optreden.”
Repressie lijkt mij het allerlaatste waar je het over moet hebben
Vindt u dat er te veel aandacht op de politie wordt gericht?
„Soms wel. Wij kunnen het probleem niet oplossen. Het stikstofprobleem is enorm. Wat ik mis is heldere communicatie vanuit, laat ik het algemeen houden, de overheid. Er bestaat de neiging om heel technisch te communiceren, en daarbij worden de emoties van boeren vergeten. Ik zeg: geef boeren meer perspectief, anders worden ze wanhopig, en krijg je dit.”
Intussen lijken de demonstraties maandag verder te gaan, Nederland zou plat worden gelegd.
„We houden het in de gaten, waarbij we niet alles op sociale media meteen geloven. We bereiden ons goed voor, maar de aanpak en tolerantie vanuit de politie zal niet veel afwijken van afgelopen weken.”